Dialecten en grenzen

 

Taal behoort tot de basiseigenschappen van de mens. Of we jager-verzamelaars of Internet surfers zijn, we zijn voor communicatie, cultuur, classificatie en contemplatie afhankelijk van taal. Het is het weefsel dat onze samenleving samenhoudt, en dat doorheen de geschiedenis altijd heeft gedaan. Zonder taal was er geen geschiedenis. Maar dit weefsel is ernstig aan het verslijten. Volgens de UNESCO zijn meer dan 50% van de 6000 talen in de wereld bedreigd, ondanks ze behoren tot het werelderfgoed.

 

Waarom wordt dit onschatbare stuk werelderfgoed dan bedreigd? Een van de grootste boosdoeners komt uit onverwachte hoek: de staat. Als een land zijn officiŽle taal of talen kiest, worden voortaan alle andere in dat land gesproken talen onmiddellijk benadeeld. Tegelijkertijd is de keuze van taal vaak een reden om het bestaan van landen te rechtvaardigen.

 

Zonder grenzen, geen land. En degene die sneuvelen om deze grenzen te verdedigen worden als helden beschouwd. Maar feitelijk bestaat bijna elk land op aarde uit een kunstmatige begrenzing. Sommigen zijn vastgelegd op basis van wiskunde constructies als (geografische) breedte of lengte. Maar meestal zijn ze ontstaan uit onverwachte wendingen in de geschiedenis.

 

Een ander criterium tot het vormen van een staat is de taal. Grenzen worden dan vastgelegd als de mensen langs de ene kant een bepaalde taal en de mensen langs de andere kant een andere taal spreken. Beide bevolkingsgroepen of 'volkeren', zoals ze dan genoemd worden, zullen elkaar dan als 'vreemd' beschouwen omdat ze een andere taal en van daaruit een ander cultuur (zouden) hebben.

 

In heel veel gevallen betreft de taal echter geen voorafgaand gegeven maar een legitimering en een uniformisering van de (kunstmatige) staat. Het is niet de taal die de staat bepaalt, het is de staat die de taal bepaalt. Daartoe worden o.m. de scholen, en vooral die aan de grenzen, door de staat verplicht hun leerlingen te dwingen de door de staat bepaalde taal , aan te leren en te gebruiken, al is die hun moedertaal niet. Langs de andere kant van de grenzen gebeurt hetzelfde en een grenstaal die loopt over de beide grenzen heen wordt hierdoor in haar verder bestaan bedreigd en 'vervreemden' die mensen uit eenzelfde oorspronkelijk taalgebied van elkaar. Wat de Nederlands - Duitse grens betreft zijn de dialecten op beide kanten sterk aan elkaar verwant en onderling verstaanbaar, terwijl het ABN en het Hoogduits onderling niet verstaanbaar zijn.

 

Deze taaldwang probeert de staat dan te rechtvaardigen door de moedertaal van de scholieren en studenten als dialect te bagatelliseren. Waardoor een oorspronkelijk taalgebied eigenlijk als een dialectgebied gemerkt wordt. Dialecten worden vaak afgedaan als een ondergeschikte versie van een standaardtaal.

 

De taalkundige definitie van een dialect is niet scherp omlijnd. Er wordt vaak gezegd, "een taal is een dialect waar een leger en een zeemacht achterstaat." Als een taal veel dialecten kent, is het vaak het dialect van de machthebbende die als standaardtaal beschouwd wordt.

 

In tijden van religieus fanatisme en nationalisme worden nauw en elkaar verwante talen wel heel frappant en soms in korte periode opzettelijk gedifferentieerd om zich duidelijk van elkaar te kunnen onderscheiden en de splitsint van een staat om te komen tot 2 nieuwe staten, te rechtvaardigen, zoals gebeurd is met het Kroatisch en Servisch.

 

Een ander voorbeeld van staatsbemoeienis met taal is de nieuwe spelling. Engelstaligen keken ervan op toen de Duitse regering besloot het spellingsysteem van de Duitse taal te veranderen. De Nederlandse spelling heeft al meerdere veranderingen vanwege officiŽle zijde ondergaan. Hoewel een standaard spellingsysteem handig is voor communicatie (en daar is taal eigenlijk voor), ligt het mijn inziens niet aan de staat zich ermee moet bemoeien.

 

Uiteindelijk is het aan ons om onze taal op andere eigen manier te gebruiken.

 

Terug naar homepage in het Nederlands